Lezend door eerdere estafettestukjes voel ik mij een beetje een outsider. Ik ben geen absolute muziekkenner (althans, ik vind van niet), ik ben – helaas – niet fulltime met muziek bezig als journalist (of programmeur of festivalorganisator of affiche-ontwerper) en tenslotte schrijf ik voor een relatieve nieuwkomer aan het muziekverslagfront: Muziek.nl, amper anderhalf jaar in leven.
De mooie introductie van mijn persoon door voorganger Edwin van Dalen zet de zaken bovendien meteen op scherp: er wordt een uitgesproken mening van me verwacht. Da’s prima, maar mijn muzieksmaak is, zeker in verhouding tot mijn leeftijd (ik ben 29), nogal behoudend. Gezien de vooruitstrevende muziek die ik in deze estafettelijst tegenkom, is het met enige terughoudendheid dat ik hier opschrijf dat je mij vooral blij maakt met ouwe meuk: classic rock in de breedste zin van het woord, de wortels daarvan die in de (hele) oude zwarte blues liggen en de wat modernere exponenten van classic rock die eind jaren ’80 of begin jaren ’90 uitstierven. Pas daarna komt in mijn lijstje Meest Gedraaid modernere opvolging, al blijft het doorgaans min of meer toegankelijk werk. Echte obscure of vooruitstrevende artiesten kom je bij mij niet tegen, althans niet als we het over de laatste twintig jaar hebben. In dat opzicht zit ik bij het eveneens conservatief ingestelde Muziek.nl goed op mijn plek: ‘anno nu’ staat daar minder hoog in het vaandel dan bij een 3voor12 of een OOR.
Eén muzikale liefde steekt overigens met kop en schouders boven al het andere uit en dat is tevens een liefde waar ik wél schaamteloos uitgesproken in ben: Pink Floyd. Sterker nog, de bekende gekruiste hamers staan aan de binnenkant van mijn rechterbovenarm getatoeëerd. Die band is niet alleen muzikaal meeslepend, de verhalen, ideeën en suggesties in hun muziek zijn op tijdloze wijze diepgravend, filosofisch en soms zelfs confronterend. De licht anarchistische misantroop in mij kan zich bijzonder goed vinden in een zinsnede als we don’t need no education, we don’t need no thought control terwijl de vraag did you exchange a walk on part in the war for a lead role in a cage? juist een bepaalde voortvarendheid en ambitie in me los maakt. De hamers zijn een symbool van autarkie: maak je eigen keuzes en hoed je voor opgelegde kaders. “Hammers are a major dichotomous symbol in The Wall, possessing both creative and destructive powers, simultaneously beneficial and oppressive. The same hammer that constructs a house has the power to tear it down. Similarly, the hammers in the machines metaphorically create ideal members of society while destroying each child’s individuality.” In dat opzicht zou je me inderdaad uitgesproken kunnen noemen, maar Pink Floyd is wel de enige band die je daar muzikaal aan kunt linken (al komt triphopgezelschap Archive ook in de buurt).
Terug naar de playlist. Het valt me wel op dat deze hippe lijst bomvol (en ik pitch hier even een nieuwe term) art d’electronica staat. Nou begint mijn liefde voor dat genre ook steeds vastere vormen aan te nemen, zij het wederom wat behoudend: Archive, Massive Attack en, met dank aan @Campking, 65daysofstatic. Patrick Uiterweerds Sickoakes kende ik niet, maar ben ik wel meteen nader gaan onderzoeken. Een oudje van Pink Floyd zou in deze lijst een aardige afwisseling zijn, maar toch uit de toon vallen. Een playlist moet iets van nu zijn, zo merkte Theo Ploeg al op. Hij vroeg zich echter wel af waaróm een playlist eigenlijk zo nodig iets van nu dient te zijn en concludeert: “In een postmoderne tijd bestaan verleden en toekomst immers niet meer. Dus een nummer uit 1940 is in theorie net zo oud als die nieuwe van Underworld.” Daar wil ik graag op voortborduren, door Lead Belly, Nirvana én Micah P. Hinson in de lijst te zetten, die tezamen mijn voorliefde voor een aanwijsbare bluesbasis via een ooit heel erg hippe en vernieuwende band naar het ‘nu’ van deze playlist trekken.
Afgelopen jaar bracht laatstgenoemde het mooiste coveralbum van het jaar uit: All Dressed Up and Smelling of Strangers. Zijn coverkeuzes zijn zeer persoonlijk en lopen sterk uiteen. Semi-onbekende folkmeisjes als Emmy the Great of alternatieve indiegezelschapjes als Centro-Matic wisselen af met legendarische liedjes van Bob Dylan (The Times They Are A-Changing) of The Beatles (While My Guitar Gently Weeps). Allemaal heeft hij ze eigen gemaakt en met bijna tastbare melancholie aan elkaar gelijmd. Ik heb gekozen voor een nummer dat mijn verhaal een beetje samen bindt: In the Pines. Dat is een traditional uit de late 19e eeuw die rond 1940 door Lead Belly op plaat werd gezet. Hinson koos het nummer niet vanwege die legendarische bluesvertolker, maar omdat ene Kurt Cobain in 1993 onder de titel Where did you sleep last night? een beroemd geworden versie vertolkte tijdens een MTV Unplugged-sessie. Het klaaglijk schreeuwen aan het slot in de versie van Nirvana vervangt Hinson door distortion, waar hij het nummer bijna in begraaft. Dat levert een vervreemdend, misschien wel wat beangstigend effect op dat hoe dan ook aangrijpt – bij mij in ieder geval wel.
Er moet ook nog wat uit natuurlijk. Na de lijst meermaals te hebben beluisterd, is mijn keus gevallen op Monolake. Ik blijf het inbellen van een telefoonmodem horen als ik dat nummer aan zet – misschien wel het naarste geluid op aarde. Muzikaal gezien vind ik de keuze voor dergelijke klankexperimenten getuigen van een vrees om iets te doen wat een ander misschien al wel eens min of meer gedaan heeft, terwijl je daar wat mij betreft niet bang voor hoeft te zijn. Een goede band of artiest, of een goed liedje, heeft altijd iets onderscheidends. Anders waren bands die heel conservatief bestonden uit een drummer, een gitarist, een bassist en een zanger al lang uitgestorven. Experimenteren is prima, maar vergeet niet om muziek te blijven maken.
Omdat Edwin mede door mijn Aerosmith-column aan mij moest denken, wil ik het stokje graag doorgeven aan Harm de Kleine, oprichter van het liefhebbersblog Apply Some Pressure. Hij vroeg mij om een gastcolumn, ik schreef over Aerosmith en Edwin vond dat genoeg reden om het Spotifette-stokje aan me door te geven. Derhalve geef ik het op mijn beurt graag door aan @Harmpy.
Tot slot wil ik graag mijn excuses aan bieden voor het tikken van zo’n lang verhaal. Het is zondag en ik had tijd. Het was mij echter wel een genoegen.
Omdat Monolake uit de lijst is gegooid plaats ik uit protest even een linkje naar het hele album
http://open.spotify.com/album/6jFvyN3bdnsHV9TmquZD5N
Telefoonmodem: volgens mij hoor jij als Pink Floyd-fan gewoon liever het geluid van een rinkelende kassa.
@ Ratsbud lol
@ Paul Money is niet hun beste nummer. En ja, Pink Floyd bleek halverwege de jaren ’80 uiteindelijk ook heel erg om geld en imago te draaien. Helaas, maar what else is new.
Elektronica, met ratelende, op telefoonmodems gelijkende bliepjes. Dat is nieuw.
[...] want zowel Bart Nijman als Harm de Kleine deed een toevoeging waar ik me prima in kan vinden. Dat coveralbum van Micah P. Hinson is bijzonder en Bart wijdt nog even uit over Pink Floyd; altijd welkom. Harm, tja, The National, [...]